avatar Gijs GilisGijs Gilis    07 sep 2021, 17:47    0   

Als er een film over motoren gemaakt wordt, zijn we heel blij. Als die film ook nog eens van Belgische makelij is, springen we helemaal uit ons dak! Rookie vertelt het verhaal van motorracer Nicky (Matteo Simoni) die na een ernstige val zijn racedroom moet opgeven. Als coach van zijn neefje Charlie (Valentijn Braeckman) probeert hij die droom toch niet zomaar op te geven. We mochten regisseur Lieven van Baelen en hoofdrolspeler Matteo Simoni interviewen en gingen op zoek naar hun rookiegehalte op de motor.

Kris Dewitte

MOTOR: Proficiat met de film, Lieven! Ben je tevreden met het eindresultaat?

Lieven van Baelen: “Jazeker. Moest ik hem opnieuw maken, zou ik de film voor 95 procent hetzelfde doen, met wat kleine aanpassingen hier en daar. Maar dat is een normaal proces, want op den duur kijk je alleen nog maar naar je eigen fouten. Je kunt een film maken vergelijken met een huis bouwen, wat ik net voor de opnames van de film had gedaan. Het is een massa die op je afkomt, een hoop aan beslissingen die je moet maken. Goede voorbereidingen zijn cruciaal en als je er eenmaal mee bezig bent, is het je buikgevoel volgen.”

MOTOR: Volg je het motorracen een beetje?

LvB: “Het is niet dat ik wekelijks op circuits te vinden ben of iedere zondag naar de GP kijk, maar ik kijk er wel graag naar. Voor de film ben ik veel rond gaan hangen op Chimay en Mettet om er de sfeer op te snuiven, en die vond ik fantastisch. Je ziet er zoveel aparte en interessante figuren, of vaders en zoons die samen een trackday doen. Het zijn die mensen die ik heb uitvergroot in de film. Ik wou er een soort documentaire van maken die grenst aan de realiteit, en in dat opzet ben ik – als ik het voorzichtig mag zeggen – geslaagd. Het is meer dan alleen maar het racen en op de paddock rondhangen, maar ook het leven van die racers achter de circuitschermen.”

Kris Dewitte

MOTOR: Iets wat geweldig overkomt in de film, is de sfeer. Het lijkt alsof je meedoet met de personages, en dus niet als buitenstaander naar een verhaal aan het kijken bent.

LvB: “Dat was een van de grote uitdagingen. Dikwijls zie je in films dat racers elkaar in de ogen kijken wanneer de ene de andere voorbijsteekt. Dat gebeurt natuurlijk niet in de realiteit. Het moest waarheidsgetrouw zijn. Naast het racen, moest ook het menselijk verhaal zich afspelen, de driehoeksverhouding tussen Nicky (Matteo Simoni), Vero (Veerle Baetens) en Charlie (Valentijn Braeckman).”

MOTOR: Hoe heb je de acteurs gekozen? Heb je specifiek gevraagd aan sommigen om mee te doen?

LvB: “Veerle Baetens was de eerste die ik zeker in de film wou hebben. Ik ken ze al langer en wou er eens een keer mee samenwerken. De rol van Vero is haar op het lijf geschreven. Veerle kan als geen ander iets mooi maken van een personage als Vero. Een moeder die tevreden is als haar zoon veilig terug de pits inrijdt na een race en voor wie het resultaat minder belangrijk is. Zo sprak ik in Mettet met de moeder van Barry Baltus. Ze was er merchandise van haar zoon aan het verkopen om wat extra budget bij elkaar te sprokkelen. Ik sprak haar aan en ze vertelde me dat ze het eigenlijk niet zo fijn vindt als haar zoon aan het racen is in groep. Zolang hij alleen rijdt is ze gerust, maar samen met anderen is wat moeilijker voor haar. Toch mooi dat ze dan haar vrije uren gebruikt om haar zoon op alle mogelijke manieren te steunen. Voor Matteo in de rol van Nicky zou ik onmiddellijk opnieuw kiezen, maar ik linkte hem niet meteen aan deze rol omdat hij eerder gekend is van comedy zoals Safety First of Callboys.”

ROOKIE, directed by Lieven Van Baelen. Production Czar Belgium.

MOTOR: Je hebt op Spa-Francorchamps een auditie georganiseerd om op zoek te gaan naar een acteur/racer. Hoe verliep dat?

LvB: “Ik was aanvankelijk inderdaad op zoek naar iemand die zowel kon racen als acteren, maar dat bleek wat moeilijk te zijn. Ofwel konden ze heel goed racen, ofwel heel goed acteren. De combinatie van de twee heb ik niet gevonden. Ik was heel tevreden met Levi Badie, die de stuntdubbel was van Charlie. Als die jongens hun helm op hadden, zag je nauwelijks verschil.”

MOTOR: Volg je het straatracen zoals bijvoorbeeld de TT op Isle of Man een beetje?

LvB: “Daar ben ik altijd naartoe willen gaan, maar het is zo moeilijk en duur om er nu nog te geraken. Het is een mooi en mythisch evenement, maar het is wat uit zijn voegen gebarsten. Op de Superbiker in Mettet zie je gezinnen toekomen met hun caravan. Ze steken hun barbecue aan, sleutelen zelf wat aan hun motor en drinken samen een pint. Dat vind ik veel toffer. Mooi is ook het verschil tussen circuit- en straatracers. Op het circuit zijn het allemaal magere, kleine mannetjes. De gasten die op stratencircuits rijden staan wat minder strak of zijn net veel gespierder.”

Kris Dewitte

MOTOR: Rij je zelf ook met de motor?

LvB: “Ja, ik rij met een BMW R nineT Urban G/S op de weg en met een Yamaha WR250F enduro. Helaas kan ik met die laatste bijna nergens meer terecht in België omdat ze je overal wegjagen. Het is extra jammer omdat de meeste endurorijders natuurliefhebbers zijn. Niemand van hen wil moedwillig dieren laten schrikken of diepe sporen maken. Misschien moet ik daar eens een documentaire over maken?”

MOTOR: We zien het zo al voor ons: Endurookie. Bedankt voor je tijd!

Kris Dewitte

MOTOR: Dag Matteo. Hoe vond je het om Nicky te spelen?

Matteo Simoni: “Ik vond het geweldig. Vooral omdat ik het superleuk vind om in een wereld te duiken die ik totaal niet ken. Ik had mijn motorrijbewijs – heel toevallig – net gehaald en drie dagen daarna belde Lieven mij. Alsof het zo moest zijn. Ik heb het scenario gelezen en kon wel wat paralellen trekken met mezelf. Als acteur is het dan fijn om in een film te stappen en bij te leren. Het is zot om te zien hoe motorracers er vol voor gaan en er alles voor overhebben om toch maar die 220 km/u aan te tikken. Ik vond het hallucinant om families en generaties allemaal voor die ene sport te zien gaan, ook al zijn er zwaargewonden of zelfs doden gevallen. Zelf heb ik op vijfjarige leeftijd mijn nonkel verloren aan een motorongeval. Dat heeft zo’n schaduw op onze familie gelegd dat er niemand op een motor mocht kruipen. Als iemand van de neven of nichten een motor had, mocht dat niet verteld worden tegen oma.”

MOTOR: Hoe heb je je voorbereid op de rol?

MS: “Door veel motordocumentaires te kijken die Lieven me doorstuurde, zoals bijvoorbeeld die van de Dunlop-familie. Ik ben zelf ook veel met de motor gaan rijden om zoveel mogelijk in de sfeer te komen. Lieven vond authenticiteit heel belangrijk in de film. Het moest écht zijn. Zo hadden we een heel mooi retro racepak gevonden, maar het zou niet passen in de tijd van nu omdat er niet meer met dat soort pakken geracet wordt. 30 procent van de tijd zie je trouwens racepiloot Laurent Hoffmann die Nicky speelt. Ik heb zelf ook met de motor gereden voor de opnames, maar voor de echte racebeelden is Laurent aan het werk.”

Kris Dewitte

MOTOR: Je gebruikt een heel speciaal accent in de film. Hoe ben je daarbij gekomen?

MS: “Wat je nu zegt, is het beste compliment dat je me kan geven. Lieven kwam met het idee om een accent te gebruiken dat je nergens kunt plaatsen. Nicky rijdt overal naartoe in zijn camper en hij pikt overal wat op. Ik ben vertrokken met het accent van iemand die ook in de circuitwereld zit, en heb er dan mijn eigen ding van gemaakt. In het begin van de film zullen mensen zich afvragen vanwaar het accent komt, maar wat later mag het niet meer storend zijn. Het is een mengelmoes van alles en nog wat. Ik heb het aangeleerd door een gelijkaardig accent met de dictafoon op te nemen en er dan heel veel naar te luisteren. In het begin van de opnames sterf je dan wel omdat je denkt dat iedereen je zit uit te lachen. Maar zolang Lieven het goed vond klinken, bleef ik ermee doorgaan en groeide het uit tot iets vanzelfsprekend. Dat was niet alleen zo voor de rol van Nicky, maar ook voor de films Marina en Patser, of Callboys.”

MOTOR: Wat was je favoriete scène om te spelen?

MS: “In de tuin waar we – Nicky, Charlie en Vero – aan het barbecueën zijn. Die locatie was zo goed gekozen. Een huisje op het einde van de straat, een verwilderde tuin, een zwembadje op het gras,… Het klopte helemaal met hoe ik het me had ingebeeld tijdens het lezen van het script. We waren in die scène gezellig samen aan het eten en het voelde alsof we een familie waren. Niet veel later liep het mis… Het toont aan waar de film over gaat. Niet alleen over motorracen, maar ook over de zoektocht naar een familie en daar niet altijd in slagen.”

Kris Dewitte

MOTOR: Kun je begrip opbrengen voor straatracers die alles aan de kant schuiven om hun ding te kunnen doen?

MS: “Mensen doen met hun leven wat ze willen. Je hebt de vreemdste fetisjen, de meest bizarre hobby’s, dus waarom niet een zoektocht naar snelheid en adrenaline? Als dat tijdens een race gebeurt, is er helemaal niets mis mee. Op de openbare weg heb ik er meer moeite mee en vind ik het ronduit gevaarlijk als motards als een gek langs je voorbijscheuren.

MOTOR: Stel dat je dochter later zegt dat ze met de motor wil rijden. Wat doe je dan?

MS: “(Simoni toont ons een schattig filmpje van zijn 1,5 jaar oude dochtertje.) Op dit moment zeg ik ‘nee’. Maar ik rij zelf ook met de motor, dus als zij dat later wil doen, wie ben ik dan om haar tegen te houden? Het straatracen zou ik haar wel afraden omdat het zo gevaarlijk is. Verbieden zou ik het nooit, maar wel op een begripvolle manier aan haar verstand proberen te brengen dat het geen goed idee is. Omdat het zo gevaarlijk is, is het natuurlijk ook zo’n interessante sport en is het een film waardig.”

Geef een antwoord