Reisreportage: Met de BMW R 12 G/S door de Highlands

De BMW R 12 G/S stond nog maar net in de garage toen ik er al een flinke opdracht voor had: vanuit Schendelbeke naar Edinburgh rijden, daar mijn Schotse vriend Dan oppikken en daarna een paar dagen door de Highlands trekken. Dan zou op zijn Triumph Bonneville T120 rijden, ik op de R 12 G/S. Twee stijlvolle twins door Schotland. Smalle wegen, wisselvallig weer, kastelen, pubs, stenen muurtjes, schapen op de weg en hopelijk af en toe een streep zon. Veel meer had ik niet nodig om overtuigd te zijn. Voor de Highlands voelde het als de perfecte keuze. Voor de lange aanloop ernaartoe was ik daar iets minder zeker van.

Tekst: Jules Hermie
Fotografie: Jules Hermie, Dan Henderson

Eerst naar Edinburgh

De eerste week van mei was het zover. Meteen na het werk vertrok ik richting Calais, om via de Eurotunnel naar Folkestone te rijden. Op 6 mei moest ik alweer terug in België zijn, dus veel marge was er niet. De eerste nacht stopte ik in Peterborough, de dag erna ging het verder naar Edinburgh. Het grootste deel van die aanloop was snelweg. En laat ons eerlijk zijn: daar komt de R 12 G/S niet het best tot zijn recht. Je zit open en bloot, zonder grote kuip of hoog windscherm, en er zijn betere keuzes voor dit soort verplaatsingen. Maar ondoenbaar werd het nooit. Je past je tempo aan, de cruisecontrol helpt en het dikke boxerblok blijft ook op saaie verbindingsstukken een plezier. Meestal rol je ergens tussen 2000 en 3000 toeren, precies waar die motor rustig en vol aanvoelt. De snelweg werd er niet plotseling leuk door, maar het was te doen. En zodra Cumbria en de Borders dichterbij kwamen, begon de verplaatsing ook echt als een reis te voelen. Uitgestrekte panorama’s, zachte heuvels, drooggestapelde muurtjes en dorpen die je als Tolkien-fan meteen in een veel te romantisch kader plaatst. Via de M6, A66 en later de A701 richting Edinburgh kreeg ik de eerste beloning: het Lake District onder een belachelijk blauwe hemel, de Devil’s Beef Tub en bochten die je vanzelf uitnodigen om de motor van de ene kant in de andere te laten rollen. Toen ik Edinburgh binnenreed, was ik eigenlijk al half verkocht.

Twee twins, één richting

Edinburgh was niet alleen een tussenstop, maar het echte vertrekpunt van onze rondrit door de Highlands. Daar stond Dan klaar met zijn Triumph Bonneville T120. Vanaf dan veranderde het ritme. Eerst nog even de stad in. Edinburgh heeft geschiedenis, donkere pubs, steegjes, gevels en genoeg sfeer om je meteen te laten vergeten dat je de dag voordien vooral snelweg had gezien. In het land van whisky en gin moet er natuurlijk ook iets gedronken worden, dus bezochten we onder meer The Devil’s Advocate, Hey Palu en Lady Libertine – enkele van de beste cocktailbars ter wereld. Niet de beste voorbereiding op een stevige motordag, wel een uitstekende manier om in de sfeer te komen. De volgende ochtend was het gedaan met citytrippen. Na een avond met veel gin is er maar één juiste manier om een Schotse motordag te starten: een haggis breakfast roll met HP-saus. Vettig, hartig, peperig en exact wat je nodig hebt als je zo diep mogelijk de Highlands in wil rijden. Nog even stoppen bij Edinburgh Castle en dan wegwezen.

Reserve voor de watervallen

De eerste stop kwam aan Loch Tay. Regenpak aantrekken, iets eten, even naar het water kijken en verder. Schotland zonder regenpak zou niet geloofwaardig zijn. Vanaf daar werden de wegen meteen interessanter. Smaller, bochtiger, grilliger. De R 12 G/S kon eindelijk doen waarvoor hij gemaakt werd. Nog voor we bij de Falls of Dochart waren, gaf de motor zijn eerste realitycheck. Zo’n 35 kilometer voor de watervallen sprong hij op reserve. De R 12 G/S heeft geen range-indicatie zoals een moderne allroad. Er kan ongeveer 15,5 liter in de tank en ik was voordien nog nooit verder dan 55 kilometer op reserve gegaan. Dan wuifde mijn zorgen meteen weg. “Don’t worry, mate. There’s a petrol station at the Falls of Dochart.” Dat klopte. Of beter: dat had ooit geklopt. Toen we aankwamen, werd het tankstation letterlijk gesloopt. Dan keek naar de werf en zei droog: “That’s been there since I was a teenager.” Perfect. Het enige tankstation in de buurt was net geschiedenis geworden. De Falls of Dochart hadden iets feeërieks. Geen hoge waterval, maar een brede rivier die over de donkere rotsen stroomt, met de oude stenen brug, het waterrad en de groene oevers op de achtergrond. Een plek waar je normaal even blijft kijken. Alleen dacht ik op dat moment vooral aan The Green Welly, dat volgens Google Maps minstens twintig kilometer verder lag. Uiteindelijk haalde ik het. Na 66 kilometer op reserve, met de benzinepomp die de laatste meters hoorbaar begon te protesteren. Dat geluid hoor je liever niet. De R 12 G/S mag dan een moderne BMW zijn, soms vraagt hij nog altijd dat je rijdt zoals vroeger: kijken, rekenen en hopen dat je gevoel klopt.

Waar de boxer thuiskomt

Zodra de tank weer vol zat, leek ook de route een versnelling hoger te schakelen. De wegen waren fantastisch maar uitdagend. Single tracks die op en neer gaan, links en rechts knikken, blinde topjes, smalle doorgangen, grind in het midden en schapen die zich niets aantrekken van jouw ideale lijn. Soms voelde het als een achtbaan, maar dan met een fantastisch uitzicht. Onder de boomgrens braken boerderijen het landschap. Overal schapen, af en toe Schotse hooglanders, kleine muurtjes, nat gras en heuvels die telkens groter leken te worden. Net daar voelde de R 12 G/S op zijn plaats. Soepel rollend, laag in de toeren, met die typische boxerstabiliteit. Het blok heeft genoeg koppel om schakellui te rijden, de quickshifter werkt heerlijk en de wegligging is steengoed. Niet omdat de motor alles voor je oplost, maar omdat hij zo natuurlijk aanvoelt. We eindigden die eerste echte Highland-dag in Glencoe, en dat voelde meteen als een passend slot. Het dal is breed, donker en intimiderend, met precies dat ruige filmdecor waardoor je begrijpt waarom Skyfall hier zo goed werkte. We zetten onze tent op aan de Red Squirrel Campsite, gelukkig zonder midges, en trokken daarna naar de Clachaig Inn. De Clachaig Inn is een van de oudste pubs van de streek, met wortels die teruggaan tot de zestiende eeuw. Binnen voelde dat niet als een weetje voor op een folder, maar als iets wat in de muren zat: hout, lage plafonds, pinten op tafel en een traditionele Schotse band die de hele pub meetrok. Buiten hing Glencoe nog in onze jassen, binnen verdween elk goed voornemen om vroeg te gaan slapen.

Richting Skye

De volgende ochtend begon zoals een Schotse motordag hoort te beginnen: tentje opkramen, opnieuw een haggis breakfast roll met HP-saus, en rijden. Richting Skye veranderde Schotland van toon. Minder vriendelijk groen, meer westkust: ruwer, natter, leger. Bij Glenfinnan was het landschap nog even filmdecor. Het viaduct is voor Harry Potter-fans de brug van de Hogwarts Express, maar ook zonder die bril blijft het indrukwekkend: een lange boog door een vallei die zelf al dramatisch genoeg is. Niet veel later kreeg de rit een ernstigere ondertoon aan het Commando Memorial bij Spean Bridge. Dat staat niet toevallig daar. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in deze streek Britse commando’s opgeleid, en tot vandaag blijft het een oefengebied voor militairen. De bergen rond Ben Nevis zijn prachtig, maar ze sparen niemand. Eilean Donan Castle bracht daarna het klassieke Schotland terug: een kasteel op een klein eiland, een stenen brug, drie zeearmen die samenkomen en net genoeg theatrale overdaad om bijna verdacht te worden. Het is bekend, druk en gefotografeerd tot vervelens toe. Maar sommige plekken overleven hun eigen cliché omdat ze in het echt nog altijd werken. Daarna lag Skye voor ons. Net voor de brug stopten we in de zon. Niet omdat het moest voor de route, maar omdat zonlicht in Schotland een tijdelijk aanbod is. Dan keek naar de lucht en zei dat hij in al zijn jaren daar het aantal echt zonnige momenten ongeveer op één hand kon tellen. Dus bleven we staan. Motoren uit, helmen af. Dan had gelijk: als je op Skye zon krijgt, rij je daar niet zomaar aan voorbij.

De Busstop Man

Het leek meteen ook een goed moment om het oliepeil van de R 12 G/S te checken. Lucht- en oliegekoelde boxers kunnen wat olie verbruiken, zeker tijdens de inrijperiode. Ik had een liter olie bij, en inderdaad: bijvullen was nodig. Alleen had ik geen tool bij om de olievuldop los te krijgen. Achteraf bleek die onder het zadel te zitten, maar dat zadel krijg je dan weer alleen los met een Torx-schroevendraaier. Daar sta je dan: olie bij, motor die olie nodig heeft, maar geen manier om de dop open te krijgen. We probeerden elke mogelijke BMW-rijder tegen te houden. Zonder succes. Road assist werd gebeld, maar kon niet garanderen dat er die dag nog iemand zou komen. En net dan kwam hij uit het niets opgedoken. Op de fiets. Een oudere man, alsof hij daar toevallig passeerde, keek naar ons en vroeg: “You got a problem, guys?” Hij wierp één blik op de boxer en zei dat hij vroeger BMW-technieker was geweest. Natuurlijk. Vijf minuten later was de olievuldop los, kon de olie erin en was het probleem opgelost. Precies op dat moment belde road assist terug: er was iemand onderweg. Het probleem was intussen al opgelost. Typisch. Daarna bleef hij nog even hangen. Hij vertelde dat we op dezelfde breedtegraad zaten als Alaska, wees naar de weg alsof dat alles verklaarde, en haalde pas op het einde brieven en kaartjes boven van andere motorrijders die hij ooit uit de nood had geholpen. Blijkbaar waren we niet de eersten.

Zijn bijnaam: de Busstop Man. Bedankt, Busstop Man.

Skye klopt

Dankzij de Busstop Man haalden we Skye net op tijd. De zon hing laag, de wegen werden leger en plots lag alles open: Highlands links, Atlantische Oceaan rechts, en daartussen een smalle strook asfalt waar de R 12 G/S zich helemaal thuis voelde. De boxer trok soepel van onderuit, de weg krulde voor ons uit en sneller hoefde het eigenlijk niet te gaan. We reden naar Uig, haalden nog net het restaurant en sloten de dag af met verse langoustines, fish-and-chips en een paar goeie gin-tonics. Uig betekent zoveel als baai, en na zo’n avond paste dat gewoon. De volgende ochtend begon met de Quiraing, een gigantische aardverschuiving aan de oostzijde van de Trotternish Ridge. Geen bergpas in de klassieke zin, wel een landschap dat eruitziet alsof het nog altijd aan het schuiven is. Daarna volgde The Storr, met nat asfalt, vuil in de bochten en wolken die laag over de rotsen hingen. Skye werd er niet makkelijker van, wel beter. Voor we het eiland verlieten, stopten we nog voor thee en millionaire shortbread: koek, karamel en chocolade in een verhouding die geen enkele voedingsdeskundige zou goedkeuren. Daarna probeerden we via de Glenelg Ferry terug naar het vasteland te raken. Alleen bleek die gesloten. Normaal is dat slecht nieuws. Hier niet. De weg ernaartoe was tien à vijftien kilometer lang, amper breder dan een auto, met grind in het midden en weinig marge aan de zijkant. De R 12 G/S deed daar precies wat ik hoopte: geen gedoe, gewoon kijken, mikken en de boxer erover laten bulderen.

Laatste ronde

Uiteindelijk verlieten we Skye alsnog via de brug en reden we richting Cairngorms National Park. Het landschap werd weer anders. Minder eiland, meer binnenland. Bossen, grote landgoederen, enorme boerderijen en opnieuw dat typische Schotse talent om in een paar uur tijd volledig van decor te wisselen. Na Skye hoefde de reis niet per se nog groter te worden. The Fife Arms in Braemar bleef wel hangen, net omdat het zo’n vreemde plek is: half hotel, half kunstcollectie, met Victoriaanse grandeur, Schotse overdaad en gewoon een Picasso in de lobby. In The Flying Stag werd dat allemaal wat losser: hout, bier, whisky en een gevleugeld hert boven de bar. Daarna volgde Persie Gin, een kleine producent in Highland Perthshire. Schotland mag dan whiskyland zijn, persoonlijk heb ik meer met gin. Als korte tussenstop werkte het perfect: kleinschalig, eigenzinnig en net licht genoeg na al die grote landschappen. Via Greyfriars Kirkyard, het standbeeld van Greyfriars Bobby en nog één laatste avond in de cottage van Dan eindigde de reis rustig. Haard aan, gin in het glas, motorkleren ergens in een hoek. Na zes dagen Schotland hoefde daar eigenlijk niets meer bij.

Duizend kilometer bewijs

De dag nadien was minder romantisch. Edinburgh naar de Vlaamse Ardennen, in één beweging. Ongeveer duizend kilometer terug op een motorfiets die je bezwaarlijk een toerbuffel kan noemen. Ik vertrok om zeven uur ’s ochtends lokale tijd en stond om half acht ’s avonds Belgische tijd thuis. Ik voelde het in mijn lichaam, uiteraard. Maar vooral was ik verbaasd over hoe vlot het was gegaan. De R 12 G/S is open, eerlijk en relatief bloot, maar de zithouding klopt. Ook na zoveel kilometers voelde het niet alsof ik de verkeerde motor had gekozen. Voor de snelste of meest comfortabele route naar Schotland bestaan betere motoren. Dat wist ik vooraf ook. Maar deze reis draaide niet om efficiëntie. Ze draaide om Glencoe in de avond, Skye in laag zonlicht, nat asfalt tussen stenen muurtjes, pubs met muziek, een bijna lege tank, een olievuldop die niet open wilde en een boxer die op Schotse wegen telkens op zijn plaats viel. Zes dagen was kort, maar zelden voelde een motorreis zo vol. De R 12 G/S verwijst op papier duidelijk naar de R 80 G/S, maar in Schotland voelde dat niet als nostalgie om de nostalgie. Eerder als een herinnering aan wat adventure ooit was. Niet alles wordt voor je weggefilterd, en net daardoor blijft de reis dichter op je huid zitten. Na duizend kilometer terug naar huis bleef vooral dat hangen: de R 12 G/S maakte de reis niet makkelijker dan nodig. Maar precies daardoor voelde ze meer als avontuur.

Motornieuwsbrief

Wil je gratis op de hoogte gehouden worden van alle motornieuws? Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief en ontvang gratis elke week nieuws, tests, de leukste routes en nog veel meer!
Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.
Schrijf je in en ontvang de laatste motorupdates

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Wij maken gebruik van cookies of gelijkaardige technologieën (bv. pixels of sociale media plug-ins) om o.a. uw gebruikservaring op onze website zo optimaal mogelijk te maken. Daarnaast wensen wij analyserende en marketing cookies te gebruiken om uw websitebezoek persoonlijker te maken, gerichte advertenties naar u te verzenden en om ons meer inzicht te geven in uw gebruik van onze website.

Gaat u ermee akkoord dat we cookies gebruiken voor een optimale websitebeleving, opdat wij onze website kunnen verbeteren en om u te kunnen verrassen met advertenties? Bevestig dan met "OK".

Wenst u daarentegen specifieke voorkeuren in te stellen voor verschillende soorten cookies? Dat kan via onze cookie policy. Wenst u meer uitleg over ons gebruik van cookies of hoe u cookies kan verwijderen? Lees dan onze cookie policy.